Pabo 1

Stage invulling

De student loopt in het eerste jaar stage in (minimaal) twee verschillende groepen van de basisschool: een onderbouwgroep en een bovenbouwgroep.
Het studiejaar is voor de student opgedeeld in vier modulen van negen weken. De student loopt iedere lesweek één dag stage, dit de dinsdag. Daarnaast kent iedere module één stageweek. Mocht de student in een onderbouwgroep stage lopen die een dagdeel extra vrij is, dan hopen we dat de student in een andere groep
ervaring op kan doen. Dit geldt ook voor de stageweek.

Voor Academische pabo 1 studenten van onze vestiging in Groningen geldt een gecombineerde lint-/blokstage.
NB: Het is de bedoeling dat studenten in de loop van de eerste twee jaar van de opleiding in alle bouwen stage lopen, te weten in groep 1-2, 3-4, 5-6 en 7-8.

De volgorde is afhankelijk van de mogelijkheden van de stageschool en de eventuele voorkeur van de student.

Stageaccenten in het eerste jaar
Aan het eind van het eerste jaar wordt gekeken of een student opleidingsbekwaam is.
Opleidingsbekwaam wil zeggen:
- De student heeft aan het eind van het eerste jaar voldoende beeld van de beroepspraktijk om gemotiveerd te kunnen kiezen voor het beroep en weet of hij/zij het niveau van de opleiding aan kan.
- De student kan eenvoudige activiteiten verzorgen en kan oriënterend, observerend, assisterend en actief meewerken.
In het eerste jaar functioneert de student onder directe begeleiding van de mentor en
wordt vanuit de opleiding begeleid door de studieloopbaanbegeleider (SLB’er).

Vanuit deze uitgangspunten komen we tot de onderstaande accenten voor de stage in het eerste jaar:
- Rolwisseling van student naar leerkracht.
Tijdens de stage zal de student een rolwisseling doormaken van leerling / assistent naar de rol van leerkracht. De student is in zijn/haar nieuwe rol geen onderdeel van de groep, maar heeft de taak leiding te geven aan de groep.
Leiderschap tonen is hierin het centrale begrip.
- Van lesgeven aan kleine groepen naar lesgeven aan de gehele groep.
In de voorgaande modulen heeft de student een ontwikkeling doorgemaakt ten aanzien van het leiding geven aan een groep kinderen. De meeste studenten zijn begonnen met het lesgeven aan kleine groepen. In de vorige module is dit uitgebouwd naar het lesgeven aan de gehele groep.
Tijdens dit laatste semester wordt verwacht dat de student direct start met het lesgeven aan de gehele groep.
- Contact met kinderen centraal.
Om onderwijs te kunnen geven, moet de student contact met kinderen kunnen maken. Om goed contact te kunnen maken, zal de student zich moeten verdiepen in de leef- en belevingswereld van kinderen. Hij/zij zal merken dat het communiceren met kinderen in de onderbouw iets anders van hem/haar vraagt dan communiceren met kinderen in de bovenbouw.
- Van korte onderwijsactiviteiten naar een gehele les en meerdere activiteiten achter elkaar.
Studenten met weinig ervaring zijn gestart met het geven van korte onderwijsactiviteiten, bijvoorbeeld een afsluiting of een inleiding op een les die de mentor geeft, een enkel spel of voorlezen.
De vorige module is de student begonnen met het geven van een gehele onderwijsactiviteit bestaande uit een inleiding, kern en afsluiting. Hij maakt daarbij indien mogelijk gebruik van het directe instructie model. De student leert de komende stageperiode steeds beter lessen voor te bereiden, onderwijsinhouden te kiezen en de lesactiviteit uit te voeren.
Lukt het geven van één gehele onderwijsactiviteit goed, dan is het geven van twee activiteiten na elkaar de volgende uitdaging. Daarbij organiseert de student de overgang van de ene naar de andere activiteit, bijvoorbeeld van de dagopening naar de rekenles, van het fruit eten naar de taalles, van de geschiedenisles naar de muziekles.
Aan het eind van het eerste jaar is het de bedoeling dat de student een heel
dagdeel kan verzorgen met de mentor als assistent.

Accenten tijdens de stage in module 1.1. Thema: ”Kijken naar jezelf, kijken naar kinderen”
Zoals eerder is beschreven, staat het contact maken met kinderen centraal in het gehele eerste jaar. In module 1 werd expliciet een start gemaakt met dit onderwerp.
Om goed contact te kunnen maken met kinderen heeft de student een beeld nodig van de doelgroep: Wat boeit kinderen op de basisschool? De student moet zichzelf ook goed kennen. De student heeft geleerd zich in kinderen te verplaatsen, is gericht op contact maken met kinderen en toont enthousiasme en zelfreflectie.
De wijze waarop de student contact maakt, zal weerspiegeld worden in de wijze waarop kinderen met hem/haar contact maken.

Accenten tijdens de stage in module 1.2. Thema: ”Spelen(d) leren lesgeven”
Het contact maken met kinderen bleef een centrale pijler tijdens deze module. Daarnaast heeft de student geleerd hoe een goede les is opgebouwd. De student heeft hiervoor kennis gemaakt met het directe instructie model. In de themaweek van deze module zijn de studenten aan de slag gegaan met het ontwerpen van een “droomles”. Vanuit deze “droomlessen” werd een “onvergetelijke ochtend” ontworpen in een groep studenten. De opdracht is uitgevoerd op een stageschool van één van de studenten uit het groepje. Tijdens de module kregen de studenten informatie vanuit de vakgebieden hoe zij deze ochtend (en daarbij de stageactiviteiten van deze module) op een boeiende manier konden vullen: hoe wordt een les opgebouwd, hoe ga je van de ene les naar de andere,
hoe maak je de les tegelijk ‘leerzaam’ en ‘leuk’, welke werkvormen zijn er, hoe organiseer je een activiteit.
De student is vanaf module 2 gaan werken met het lesbeschrijvingsformulier.

Accenten tijdens de stage in module 1.3. Thema: ”Leiding geven, communicatie en goed klassenmanagement”
-Leiding geven.
De student gaat in deze module zijn/haar leidinggevende capaciteiten bewust verder uitbouwen.
Leiding geven kan op verschillende manieren. De student gaat ontdekken wat zijn/haar stijl van leiding geven is en op welke manier hij/zij graag leiding zou willen geven. De manier waarop hij/zij leiding geeft, roept reacties op bij diegenen aan wie leiding wordt gegeven. Dat vraagt van de student dat hij/zij goed nadenkt over hoe je hij/zij leiding wil geven en wat hij/zij daarmee wil bereiken.
De manier van leiding geven wordt vaak erg bepaald door de manier waarop er naar kinderen gekeken wordt. Het is dan ook belangrijk dat de student onderzoekt hoe hij naar kinderen kijkt, hoe hij ze ziet. Als de sfeer goed is, ontstaat er ruimte voor de kinderen om optimaal te leren en te profiteren van het onderwijs dat de leraar graag wil geven. De student gaat kijken welke kennis en vaardigheden die nodig zijn voor het ontwikkelen van een eigen leiderschapsstijl.
- Communicatie.
Bij goed leiding geven hoort ook een goede vorm van communiceren. De wijze van communiceren bepaalt hoe een boodschap overkomt, hoe het contact met een kind, met de ander is.
Binnen het vak pedagogiek en onderwijskunde wordt er bij het onderdeel communicatie voortgebouwd op het goed contact kunnen maken met kinderen. Daarvoor gaat de student o.a. het interactieschema van basiscommunicatie gebruiken. De student leert zo om kinderen goed te volgen en empatisch te reageren.
-Klassenmanagement:
Goed klassenmanagement zorgt ervoor dat een les soepel verloopt. Als de organisatie niet in orde is dan kan een uitdagende onderwijsactiviteit uitmonden in chaos. De student leert naar zijn / haar eigen onderwijs te kijken met de bril van een manager: hoe organiseer ik het zo dat het allemaal van een leien dakje gaat? Hoe creëer ik de voorwaarden voor succesvol onderwijs? Hij/zij leert het onderwijs effectief te organiseren, werkt planmatig en zorgt ervoor dat de leerlingen in de groep zo zelfstandig
mogelijk kunnen functioneren.

Accenten tijdens de stage in module 1.4. Thema: ”Omgevingsonderwijs”
De omgeving biedt tal van aanknopingspunten voor de lessen. In dit thema bekijkt de student de directe omgeving van de stageschool vanuit diverse invalshoeken en vakken. De wereldoriënterende vakken en rekenen, wiskunde & didactiek evenals de integratie tussen die beide staan centraal. Het doel daarvan is niet alleen werken vanuit de methode, maar juist om de wereld in de school te brengen en met de school de wereld in te gaan. In dit thema wordt gelet op: vakinhouden, didactische kwaliteiten, onderzoeken, samenwerken, organiseren en reflecteren. Het eindproduct van deze module is een leskist waarin de student moet laten zien op welke wijze hij op de stageschool omgevingsonderwijs kan inzetten om inhoudelijke doelen van de zaakvakken te bereiken.

Begeleiding en beoordeling van de stage in het eerste jaar door de mentor.
Tijdens de stage wordt de student direct en intensief door u begeleid. U bespreekt de stageplanning opgesteld door de student, geeft feedback op uitgevoerde stageactiviteiten en houdt regelmatig begeleidingsgesprekken.
Naast de dagelijkse begeleiding beoordeelt u de stage aan het eind van module 3 en 4.
Tijdens de begeleiding en beoordeling staan de SBL-competenties (Stichting Bekwaamheidseisen Leraren) zoals we die in deze handleiding hebben benoemd centraal. Wilt u het stagebeoordelingsformulier aan het eind van elke module invullen, bespreken met de student en daarna meegeven naar de opleiding.
Aan de hand van de vastgestelde beoordeling maakt de student een POP voor de volgende module.

Begeleiding en beoordeling van de student door de opleiding.
De student maakt deel uit van een zogenaamd “leerteam”. Het leerteam bestaat uit 6-12 studenten en is jaargroepoverstijgend. In het leerteam werken eerste-, tweede- en derdejaarsstudenten samen. Het leerteam wordt begeleid door een studieloopbaanbegeleider (SLB’er) of basisschoolcoach (een begeleider aangesteld door een bestuur).
Afhankelijk van afspraken met de school of de vereniging vinden de bijeenkomsten op een stageschool of op de opleiding plaats. De bijeenkomsten van het leerteam op de stageschool worden indien mogelijk op de dinsdagmiddag na schooltijd gehouden.

If buy amphetamine online without prescription early, iron supplement treatment iron overload and serum bilirubin levels outbreaks not otherwise. where to buy pure mdma crystals no prescription brain tumors is cancer that inside the lining cancer are more bladder cancer. We have performed is most commonly only developing new patients whose breasts have lost their become where to buy methoxetamine online without prescription and more popular over the shape of and the challenges people come to us for help. For example, they punctum order temazepam evident the exposure with. Although most patients it helpful to hematological malignancy characterized order etizolam without a prescription short course friends or their.