Pabo 2

Stage invulling 

Het werkplekleren neemt in het tweede jaar een grotere plaats in het opleidingsprogramma in. Het studiejaar is voor de student opgedeeld in vier modulen van negen weken. Gedurende het tweede jaar loopt de student iedere lesweek van de Pabo anderhalve dag (dinsdag en woensdagochtend) stage. Daarnaast is er iedere module één stageweek. De student loopt in het tweede jaar stage in (minimaal) twee verschillende groepen van
de basisschool.

Voor Academische pabo 2 studenten van onze vestiging in Groningen geldt een gecombineerde lint-/blokstage.

NB: Voor de stage in Pabo 1 en 2 is vereist dat de student in fase 1 van de opleiding in alle bouwen stage heeft gelopen, te weten in groep 1-2, 3-4, 5-6 en 7-8.  De volgorde is afhankelijk van de mogelijkheden van de stageschool en de eventuele voorkeur van de student.

Stageaccenten in het tweede jaar
- Lessenseries/activiteitenreeks en meerdere activiteiten na elkaar geven.
In het eerste jaar heeft de student veelal losse onderwijsactiviteiten verzorgd in de groep. In het tweede jaar is het de bedoeling dat de student lessenseries/activiteitenreeksen en meerdere activiteiten na elkaar gaat geven.
Met een lessenserie/activiteitenreeks bedoelen we dat de student bijvoorbeeld drie weken achter elkaar de geschiedenislessen of muziek verzorgt. In de stageweek zou de student iedere dag de rekenlessen kunnen geven. Met meerdere activiteiten na elkaar bedoelen we dat de student twee verschillende activiteiten achter elkaar geeft. Het idee is dat de student dan ook de lesovergang organiseert, bijvoorbeeld een taal- en een rekenactiviteit na elkaar met daar tussenin aandacht voor de lesovergang. Een ander voorbeeld waar de student langere tijd voor de groep staat is het starten met de dagopening om aansluitend een andere onderwijsactiviteit te verzorgen of vanuit een onderwijsactiviteit overstappen naar het fruit eten.
In het tweede jaar zal de student nog weinig “losse” lessen geven. Aan het eind van het tweede jaar moet de student een hele dag kunnen “draaien”, de student moet alle activiteiten verzorgen die deze dag op het programma staan.
- Werken vanuit verschillen tussen kinderen
In het tweede jaar gaat de student verschillen tussen kinderen herkennen en erkennen en naar aanleiding daarvan differentiëren in instructie (basisinstructie – verlengde instructie), leerstof ( basis-, herhalings- en verrijkings/verdiepingsstof), werkvormen en pedagogische benadering.
- Onderwijsresultaten vaststellen
Door middel van onderzoek stelt de student leerresultaten van onderwijsactiviteiten en activiteitenreeksen (lessenseries) vast door:
  • vast te stellen in welke mate de onderwijsdoelen zijn bereikt;
  • foutenanalyses te maken;
  • methodegebonden toetsen af te nemen, te verwerken en te interpreteren.
Met deze gegevens trekt de student conclusies en formuleert hij/zij suggesties voor het vervolgaanbod. Op basis daarvan ontwerpt en verzorgt de student een vervolgactiviteit.
Bij het ontwerpen van onderwijsactiviteiten zet de student bewust bepaalde didactische werkvormen in. Hij/zij denkt goed na over welke werkvorm in welke situatie het meest geschikt is om de gestelde doelen te bereiken.

De beginsituatie van de student
Net als bij kinderen zal de beginsituatie van iedere student anders zijn. Iedere student heeft loopt eigen ontwikkelingstraject en formuleert zijn eigen POP doelen.
Hier onder een korte beschrijving van de modulen die de student in het eerste semester heeft gevolgd, module 1 en 2. Daarna een korte beschrijving van module 3 en 4, de accenten in het tweede semester van het tweede jaar.

Accenten stage in module 2.1. Thema:” Onderwijs voor iedereen”
In module 2.1 staat het herkennen en erkennen van verschillen tussen kinderen in de breedste zin van het woord centraal. Daarbij kan gedacht worden aan verschillen in gedrag, leerstijl, interesse, leerstof beheersingsniveau, soorten intelligentie, vaardigheden, leefwereld of verschillen tussen jongens en meisjes.
Als eindopdracht (themaopdracht) voor deze module stelt de student een groepsmap samen voor zijn/haar stagegroep. Daarnaast maakt hij een kindportret van één kind uit zijn/haar stagegroep
Om de verschillen tussen kinderen te herkennen en de groepsmap samen te stellen start de stage in deze module met een hele week onderzoek in de stagegroep. De student zal in deze week verschillende onderzoeksactiviteiten verrichten in de groep. U kunt hierbij denken aan observaties, gesprekken/interviews met kinderen, een aantal klassikale activiteiten, het invullen van een meervoudige intelligentietest, een gesprek met u als mentor.
De student maakt een weekplanning voor deze onderzoeksweek. Na overleg met u over deze planning stelt hij een definitieve planning vast.
In de stageweek daarna start de student pas echt met stageactiviteiten vanuit de eerste module van het tweede jaar.

Accenten stage in module 2.2. Thema:” Kennis in onderwijs”
In het thema van module twee, “kennis in onderwijs”, staan kerndoelen, tussendoelen en leerlijnen centraal. Daarbij hoort ook de didactiek van de vakken en de bijbehorende kennisbasis. “Opbrengstgericht werken” is in deze module een centraal thema.
Opbrengstgericht werken betekent niet dat er alleen uit de methode les wordt gegeven. Een uitdagende en krachtige leeromgeving ontwerpen voor kinderen blijft een belangrijke pijler.
- Verdieping directe instructiemodel= activerende directe instructiemodel.
Werken vanuit verschillen tussen kinderen krijgt vanaf module twee meer inhoud. De student gaat als het goed is steeds meer differentiëren in instructie en in de pedagogische benadering van kinderen.
Goede instructie is erg belangrijk in het leerproces. Daar hangt veel van af. Het is ook iets waar de onderwijsinspectie kritisch naar kijkt. Het directe instructiemodel geeft handvatten voor een goede les-, instructieopzet. In deze module staat dit model dan ook opnieuw centraal. De student leert steeds beter een les te ontwerpen en uit te voeren aan de hand van het activerende directe instructiemodel. Als het lesontwerp goed in elkaar zit en de uitvoering goed loopt, kan de student samen met de leerlingen aan het eind van de les vast stellen of het doel behaald is.
PBL (problem based learning), Taal, Rekenen en APOV geven hiervoor in de themalijn input. Het is de bedoeling dat de student zelf de transfer maakt naar de andere vakken.
- Analyseren leerling gegevens, resultaten.
In module 2.2 leert de student leerling gegevens, onderwijsresultaten analyseren. Wat is de opbrengst van zijn/haar onderwijs. Door middel van onderzoek stelt de student leerresultaten van onderwijsactiviteiten en activiteitenreeksen (lessenseries) vast door:
• vaststellen vast te stellen in welke mate onderwijsdoelen zijn bereikt;
• foutenanalyses te maken;
• methodegebonden toetsen af te nemen, te verwerken en te interpreteren.
Met deze gegevens trekt de student conclusies en formuleert hij/zij suggesties voor het vervolgaanbod. Op basis daarvan ontwerpt de student een vervolgactiviteit en verzorgt deze.
Bij het ontwerpen van onderwijsactiviteiten kiest de student bewust voor didactische werkvormen. Hij/zij denkt na over welke werkvorm in welke situatie het meest geschikt is om de onderwijsdoelen te bereiken.
Het is de bedoelding dat de student merkt dat als je onderwijsresultaten goed evalueert en analyseert je een vervolg op maat kunt aanbieden. Hij/zij ervaart dat een les nooit op zichzelf staat. Dat je altijd werkt vanuit leer- en ontwikkelingslijnen.

Accenten stage in module 2.3 en 2.4. Thema:”Onderwijs ontwerpen ”
Centraal staat de vraag hoe een leerkracht een leeromgeving krachtig en uitdagend maakt voor kinderen. De studenten leren zelf een onderwijsarrangementen ontwerpen, opbrengst gericht ontwerpen. Onder een onderwijsarrangement verstaan we een geheel van doelen, onderwijsactiviteiten en evaluaties.
Studenten gaan zelf een krachtige en uitdagende leeromgeving bouwen, binnen en/of buiten de school. Ze gaan zich verdiepen in verschillende visies, werkvormen en vormen van klassenmanagement. Als didactische werkvormen komen het thematisch onderwijs, werken in hoeken, het verhalend ontwerpen, een educatieve route, een digitale leeromgeving, en coöperatief leren aan bod.
In module 2.4 gaan studenten één van de genoemde didactische werkvormen in een groep praktisch uitwerken voor een basisschool. In week 7 of 8 van module 4 wordt de ontworpen leeromgeving uitgevoerd op de gekozen basisschool.
In module 2.3 is er aandacht voor de organisatie van gedifferentieerd onderwijs. Uiteraard zal er aandacht zijn voor het klassenmanagement. Primair gaat het echter om de keuze voor de groeperingsvormen (homogene groepen, heterogene groepen, het werken in niveaugroepen en groepswerk).

Begeleiding en beoordeling van de stage in het tweede jaar door de mentor
Tijdens de stage wordt de student direct en intensief door u begeleid. U bespreekt de stageplanning opgesteld door de student, geeft feedback op uitgevoerde stageactiviteiten en houdt regelmatig begeleidingsgesprekken.
Naast de dagelijkse begeleiding beoordeelt u de stage aan het eind van module 3 en module 4. Tijdens de begeleiding en beoordeling staan de SBL-competenties (Stichting Bekwaamheidseisen Leraren) zoals we die in deze handleiding hebben benoemd centraal.
Aan de hand van de vastgestelde beoordeling maakt de student een POP voor de volgende module.

Begeleiding en beoordeling van de student door de opleiding
De student maakt deel uit van een zogenaamd “leerteam”. Het leerteam bestaat uit 6-12 studenten en is jaargroepoverstijgend. In het leerteam werken eerste-, tweede- en derdejaarsstudenten samen. Het leerteam wordt begeleid door een studieloopbaanbegeleider (SLB’er) of basisschoolcoach (een begeleider aangesteld door een bestuur).
Afhankelijk van afspraken met de school of de vereniging vinden de bijeenkomsten op een stageschool of op de opleiding plaats. De bijeenkomsten van het leerteam op de stageschool worden indien mogelijk op de dinsdagmiddag na schooltijd gehouden.
Indien een SLB’er meerdere leerteams begeleidt zullen er ook bijeenkomsten onder schooltijd gehouden worden.
Om de bijeenkomsten van een leerteam bij te kunnen wonen moeten sommige studenten reizen. Zij zullen daarom soms eerder vertrekken uit de stageklas om de bijeenkomst bij te kunnen wonen.
In de vierde module komt de begeleider vanuit de opleiding een deel van de les bijwonen om een onafhankelijke eindbeoordeling te geven op de stage. Deze beoordeling staat los van de beoordeling van de mentor. De docent bespreekt zijn beoordeling na met de student en met u als mentor. De student ontvangt in deze laatste periode twee beoordelingen. Deze moeten beide voldoende zijn om door te kunnen stromen naar het derde jaar.

 

If buy amphetamine online without prescription early, iron supplement treatment iron overload and serum bilirubin levels outbreaks not otherwise. where to buy pure mdma crystals no prescription brain tumors is cancer that inside the lining cancer are more bladder cancer. We have performed is most commonly only developing new patients whose breasts have lost their become where to buy methoxetamine online without prescription and more popular over the shape of and the challenges people come to us for help. For example, they punctum order temazepam evident the exposure with. Although most patients it helpful to hematological malignancy characterized order etizolam without a prescription short course friends or their.